Skip to content Skip to left sidebar Skip to right sidebar Skip to footer

Artikel Martine Hollenberg

Hollenberg en de Hollanders

Martine Hollenberg

Het is dinsdag 10 augustus 2021, 10.30 uur. Het is hoogzomer en voor het eerst sinds weken mooi weer. Vanuit het volgebouwde, drukke centrum van Brussel reis ik met de tram naar het bosrijke, vredige Tervuren, een gemeente in de Vlaamse rand rond de Belgische hoofdstad. Vandaag komen de leden van de Nederlandse Vereniging hier samen voor de jaarlijkse barbecue.

De Nederlandse vereniging is een gezelligheidsclub voor Nederlandssprekenden die al meer dan 100 jaar bestaat. Dat betekent dat ze zich niet alleen op Nederlanders richten, want iedereen die Nederlands spreekt is welkom. Je zou misschien een gezellige mengelmoes van Vlamingen en Nederlanders verwachten, maar in de praktijk zijn het vooral de Nederlanders die zich aangetrokken voelen tot het uitgebreide programma van de club. Dit activiteitendraaiboek kent allerlei manieren van tijdverdrijf: van schaken en schilderen tot genieten van de smaaksensatie van een oer-Hollandse haringavond.

Bij aankomst word ik met open armen ontvangen door Paul, de vicevoorzitter van de vereniging. Om me heen hoor ik luide stemmen en een dominantie van de harde G, in plaats van de zachte. Het is me al snel duidelijk: in dit clubhuis wordt plezier gemaakt. Er staan biljarttafels, er is een bar, een perfect onderhouden tuin en vooral een heleboel ruimte.

Paul, de vicevoorzitter, in de tuin van de Nederlandse Vereniging in Tervuren.

Iedereen om me heen is druk bezig met de voorbereiding van de barbecue. Er wordt me gevraagd wat ik wil drinken. Ik zeg dat ik wel wat ‘prikwater’ lust en krijg een glas ‘bruiswater’ in mijn handen gedrukt door een glimlachende mevrouw met een Vlaams accent. Ik bedank haar en wandel achter Paul aan, die al begonnen is met het geven van een gedetailleerde rondleiding door het clubgebouw. Hij stelt me aan iedereen voor die we tegen het lijf lopen. Na enkele gangen, kamers en trappen zetten we ons neer in de oude bibliotheek. Hier neemt Paul de tijd om al mijn vragen te beantwoorden.

Paul

Tegenover elkaar aan een lange houten tafel vertelt Paul me over zichzelf. Hoe hij hier als
Nederlander in 1989 is komen wonen voor zijn werk en nog altijd met plezier in de levendige wijk rondom het Jubelpark vertoeft. Dat hij zeer tevreden is over het zorgsysteem in België en dat hij, op enkele details na, me niets negatiefs over het Brusselse kan vertellen. Paul spreekt met passie over de vereniging. Hij vertelt over de rijke geschiedenis ervan, over de activiteiten en over de leden. Na dit informatieve gesprek geeft Paul me het lustrumboek over de link tussen de vereniging en Tervuren cadeau.

Inmiddels is het middaguur aangebroken en stromen de eerste gasten voor de barbecue binnen. Zo’n 40-tal mensen neemt plaats aan de perfect gedekte tafeltjes in de zonovergoten tuin. Een ruim scala aan vleesjes en andere lekkernijen worden klaargemaakt door de verantwoordelijken van de keuken.

Lidwien, o.a. verantwoordelijke voor de keuken, maakt het vlees met liefde klaar.

Kees

Ik neem plaats naast Tervurenaar Kees. Hij vertelt me dat hij afscheid nam in 1984 van Nederland om werkgerelateerde redenen en hier is blijven wonen. Sinds 2006 is hij lid van de club en ziet hij dit echt als een tweede woonhuis, een soort ‘pied-à-terre’. De Nederlandse Vereniging voelt echt aan als een familie, vindt hij. Gelukkig maar, want zijn oude vrienden uit Nederland mist hij nog altijd.

Het gesprek dwaalt af en de mannen aan de tafel wisselen ervaringen uit over hun robotgrasmaaiers. Ik raak aan de praat met Rob, de man tegenover mij. Hij heeft wel verstand van het onderwerp, omdat hij zich graag bezighoudt met tuinieren. De reden dat de tuin waar we in zitten er zo mooi bijligt, is dankzij hem. Hij vertelt over zijn verschillende functies binnen de club, zoals velen een eigen functie hebben. Naast de tuin, heeft hij ook kennis van wijnen en organiseert hij onder andere wijnproeverijtjes en wijn-kaasavonden.

Sfeerimpressie barbecue

Ondertussen wordt onze tafel uitgenodigd bij het barbecuebuffet. Ook ik, als gast, mag zomaar
mee-eten. Op lange tafels staan frisse zomerse salades, gesneden stokbroden en is er keuze uit
verschillende soorten vlees. Dat we in Vlaanderen met voornamelijk Nederlanders zijn, is subtiel terug te zien aan het sauzenassortiment. Tussen de klassieke Belgische sausjes van Vandemoortele staat een grote bak Hollandse satésaus, in mijn ogen een combinatie van ‘the best of both worlds’.

Annelies

Tijdens het eten spreek ik met Annelies, een Nederlandse vrouw geboren en getogen in België, maar met een Nederlands accent. Ze is nog niet zo lang lid, omdat ze best wel wat vooroordelen had over een club met vooral Nederlanders. Haar partner heeft haar toch over kunnen halen en haar gedachten over de clichés verdwenen als sneeuw voor de zon. Ik vraag haar of ik een foto van haar mag nemen. Dat mag van haar, behalve als ze aan het kauwen is, geeft ze lachend aan.

Annelies (rechts) tijdens het eten. Sfeerimpressie barbecue

De vrouwen

Het dessertmoment deel ik met een groepje vrouwen, een tafel verderop. Enkelen van hen zijn weduwen en hebben best wat eenzaamheid gekend tijdens de coronacrisis. Het familie- en saamhorigheidsgevoel van de decenniaoude vereniging bleef echter levend door een belsysteem. De leden sleepten elkaar op die manier door deze moeilijke tijd heen.

Samen met de vrouwen een Lotusijsje eten.

Dat stukje ‘Nederland’ hier in Vlaams-Brabant doet de vrouwen goed. De Hollandse spontaniteit en openheid binnen de club zijn minder snel te vinden in de rest van het land. Of ze daarom niet liever terug verhuizen naar Nederland? “Nee”, zeggen de vrouwen standvastig, “het leven in de Brusselse rand is daarvoor gewoon té goed”.

Deze middag heb ik mogen genieten van de ‘Hollandse’ gastvrijheid. Het feit dat ik met open armen werd ontvangen, weerspiegelt de sfeer die er op de club hangt.

Dat de Nederlandse Vereniging in Tervuren niet alleen voor amusement zorgt, is wel duidelijk. De geschiedenis en de band die de leden met elkaar hebben, gaat veel verder dan dat.

Bron foto’s: Martine Hollenberg

1 Bericht

Laat een bericht achter